Luisterexamen 2003/ 2004. Onderdeel B: een radioprogramma over thrillers & Voorlichting van een decaan van een HEAO
1. EEN RADIOPROGRAMMA OVER THRILLERS U gaat luisteren naar een gesprek met René Appel. Hij is gast in het radioprogramma 'Het gesprek'.Hij vertelt over het schrijven van thrillers. Thrillers zijn spannende boeken over een misdaad. René Appel schrijft dit soort boeken naast zijn andere werk: hij is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. U hoort eerst een korte introductie van het programma. Hierbij is nog geen opgave.
Vraag 1: Hoe wordt volgens René Appel het schrijven van thrillers beoordeeld?
Men bestudeert het even serieus als het wetenschappelijke werk.
Men vindt dat een academicus geen thrillers hoort te schrijven.
Omdat het anders is dan het wetenschappelijke werk, vindt men het leuk.
Wat vertelt René Appel over de relatie tussen Thrilers en literatuur?
Men ziet een goede thriller steeds vaker als literatuur.
Veel literaire werken hebben kenmerken van een thriller.
Zij eigen thrillers hebben nogal wat literaire kenmerken.
Wat vertelt René Appel over de thema's die hij gebruikt?
Die betreffen vaak relaties tussen meerdere mensen.
Die concentreren zich vaak op de motieven voor een misdaad.
Die sluiten vaak aan bij de actuele misdaadproblematiek.
Wat zegt René Appel hier over thrillers?
Bepaalde boeken verdienen de benaming thriller niet.
Er zijn elementen die in elke thriller moeten voorkomen.
Thrillers worden geschreven volgens vaste regels.
Wat vertelt René Appel hier over het schrijven van een thriller?
Je moet de informatie goed over het boek verdelen.
Je moet geen informatie voor de lezer achterhouden.
Je moet vooral duidelijke informatie geven.
Wat vertelt René Appel over zijn eigen schrijfmethode?
Hij begint met een globaal idee en ontwikkelt dat tijdens het schrijven.
Hij maakt eerst een nauwkeurige beschrijving van de personages.
Hij maakt eerst een overzicht van alle gebeurtenissen.
Wat vertelt René Appel in verband met de schrijver Appie Baantjer?
Hij vindt dat de schrijverscapaciteiten van Baantjer worden overschat.
Hij vindt de opbouw van de boeken van Appie Baantjer nogal ingewikkeld.
Hij zou graag willen proberen of hij Appie Baantjer kan immiteren.
2. VOORLICHTING VAN EEN DECAAN VAN EEN HEAO U gaat luisteren naar voorlichting van een decaan van een HEAO. HEAO betekent: Hoger Economisch Administratief Onderwijs. Hij vertelt over de verschillende opleidingen die je aan een HEAO kunt volgen en wat hij als decaan doet. U hoort soms studenten die een vraag stellen. De decaan geeft eerst een korte inleiding. Hierbij is nog geen opgave.
Wat vertelt de decaan over zijn werk bij de HEAO?
Hij heeft een breder takenpakket dan een decaan in het voortgezet onderwijs.
Hij houdt zich vooral bezig met advisering bij de keuze van een studierichting.
Zijn belangrijkste taak is de persoonlijke begeleiding van studenten.
Wat vertelt de decaan over de hoeveelheid praktijk tijdens de studie?
Bij sommige opleidingen hebben de studenten meer behoefte aan praktijkstages dan bij andere.
Er is te weinig gelegenheid om praktijkervaring op te doen.
Studenten moeten eerst veel kennis verwerven voordat ze aan de praktijk toe zijn.
Waarom vindt de decaan deze opleiding zo goed?
Omdat de opleiding heel studentgericht is.
Omdat de modules goed bij de praktijk aansluiten.
Omdat er veel verschillende specialisaties mogelijk zijn.
Waarom kan de decaan niet goed zeggen welk probleem bij studenten het vaakst voorkomt?
Omdat het samenhangt met het moment van het studiejaar.
Omdat de problemen van de studenten zo divers zijn.
Omdat hij maar een beperkt aantal problemen behandelt
Hoe probeert de decaan studenten met een studieprobleem te helpen?
Door de studenten een duidelijke studieplanning te geven.
Door de studenten meer zelfvertrouwen te geven.
Door uit te zoeken wat het probleem is en hoe het ontstaan is.
Wat is volgens de decaan belangrijk bij de begeleiding van studenten met problemen?
De studenten zelf laten ontdekken hoe ze hun problemen moeten aanpakken.
Ervoor zorgen dat je als decaan alle aspecten van het probleem begrijpt.
Het kiezen van het juiste moment om uit te leggen wat de student moet doen.
Wat zegt de decaan over zijn contacten met de ouders van studenten?
Hij merkt dat ouders vaak moeite hebben met kritiek op hun kind.
Hij vindt dat het contact met de ouders zijn relatie met de student niet mag beïnvloeden.
Hij vindt het belangrijk met de student en zijn ouders samen gesprekken te voeren.
Wat zegt de decaan hier over zijn werkzaamheden?
Doordat hij zijn kennis moet bijhouden, heeft hij soms weinig tijd voor studenten.
Omdat het werk zo gevarieerd is, blijft hij geïnteresseerd in studenten.
Om studenten te kunnen begeleiden, moet hij goed geïnformeerd blijven.